Het is de meestgestelde vraag van mensen die overwegen om hun WHOOP en Apple Watch samen te dragen: verstoren die twee elkaars metingen niet? Het korte antwoord is nee. Het langere antwoord verklaart waarom je toch verschillende getallen ziet.
Waarom er geen interferentie is
Beide apparaten gebruiken fotoplethysmografie: ze schijnen led-licht in je huid en meten met een fotodiode hoeveel licht terugkaatst. Bij elke hartslag verandert het bloedvolume in je haarvaten, en dus de hoeveelheid gereflecteerd licht.
Twee dingen maken interferentie onmogelijk. De sensoren kijken alleen naar het licht dat ze zelf uitzenden, gefilterd op hun eigen golflengte. En ze zitten fysiek gescheiden op je pols, elk met hun eigen contactvlak. Ze delen geen data en weten niet van elkaars bestaan.
Waarom je dan toch verschillen ziet
Verschillende metingen zijn geen storing. Ze komen uit drie hoeken.
Andere meetfrequentie
De WHOOP meet continu, ook buiten workouts. De Apple Watch meet in rust met tussenpozen om batterij te sparen, en pas tijdens een actieve workout continu. Vergelijk je een moment buiten een workout, dan vergelijk je een actuele meting met een oudere.
Andere plek op je pols
Een paar centimeter verschil betekent andere doorbloeding, andere huiddikte en andere spierbeweging. Bij de aanbevolen setup — WHOOP binnenkant, Apple Watch buitenkant — meet je feitelijk twee verschillende plekken.
Andere filtering
Beide fabrikanten passen eigen algoritmes toe om bewegingsruis eruit te halen. Bij hardlopen en fietsen doen ze dat behoorlijk vergelijkbaar. Bij krachttraining, waar je pols buigt en spieren aanspannen, lopen de resultaten het verst uiteen.
Wanneer een verschil normaal is
Als vuistregel: in rust en bij gelijkmatige inspanning liggen de waardes dicht bij elkaar. Bij explosieve of onregelmatige inspanning kunnen ze flink verschillen. Dat is inherent aan optische polsmeting en geldt net zo goed als je maar één apparaat draagt.
Wil je echt weten wie er gelijk heeft, dan is een borstband de referentie. Die meet elektrisch in plaats van optisch en is bij intervaltraining aanzienlijk nauwkeuriger dan welke polsmeter dan ook.
Wanneer er wél iets mis is
Er zijn situaties waarin een afwijking niet normaal is:
- Je WHOOP registreert gaten in de data. Duidt bijna altijd op onvoldoende huidcontact.
- Je hartslag blijft plat tijdens inspanning. De sensor volgt je niet; band zit te los of is verschoven.
- Je krijgt onrealistisch hoge waardes in rust. Vaak bewegingsruis doordat de band te los zit en meebeweegt.
Alle drie de oorzaken komen op hetzelfde neer: contact. Dat is meteen het grootste bezwaar tegen twee gestapelde bandjes, waarbij het onderste bandje door het bovenste van je huid wordt geduwd.
Wat dit betekent voor je bandkeuze
Omdat contact bepalend is, is de manier waarop je beide devices draagt belangrijker dan de vraag of ze elkaar storen. Een band die beide sensoren met één sluiting op spanning houdt, geeft stabielere data dan twee losse bandjes die elkaar wegduwen.
Daarvoor is de Comboband ontworpen: één nylon band, één sluiting, beide sensoren op hun eigen plek. Meer over de praktische kant lees je in Apple Watch en WHOOP samen dragen.